Lieve schildklier, ik word zo moe van je!

Lieve schildklier, ik word zo moe van je!

Maar ook van mezelf! Gek word ik van die hartkloppingen, dat jachtige gevoel en de pijn (borst? longen? luchtpijp?)! Gek ook van de gedachten en flarden die door mijn hoofd spoken. Hier maar even wegtikken als uitlaadklep dan. Gewoon wat in me opkomt neerplempen. Kan mij het schelen als het niet duidelijk is.

Begin deze week nog even naar de huisarts geweest met vragen en even naar mijn werk om daar uit te leggen – in het kort – wat ik nu mankeer, wat de klachten zijn en hoe ik me op dat moment voel. Voor het laatste heb ik eigenlijk maar één woord en die is niet netjes! Daar heb ik de bedrijfsarts aangekaart want ik had geen idee hoe dat allemaal in zijn werk gaat. Nou, dat weet ik nu dus wel en ik vraag mij af of ik daar wel blij mee ben. (Gisteren was ik daar overigens blij mee, nu weet ik het zo net nog niet.)

Gisteren dus bij de beste man op spreekuur gekomen. Hij hoorde mij aan en vertelde meteen doodleuk: “Maar mevrouwtje, over twee weken voelt u zich echt nog niet beter hoor!”. En ja hoor, meteen die verrekte waterlanders weer. Tranen met tuiten, want ik wist ook wel dat het niet snel zou gaan, maar moet iemand dat dan ook nog hardop zeggen!? Ik jank overigens om alles en niets en word doodziek van mezelf, maar kan het niet helpen. Doe ook even mijn best niet eigenlijk…

De beste man wilde mij volgende week weer aan het werk hebben. Waarop ik zo mogelijk nog harder ging huilen, want ik wilde wel gauw weer aan de slag, maar mijn hemel man, ik vertel je net dat ik echt kapot ben, moeite heb met concentratie, pijn en nog meer ellende. Waarom dan? Nou oké, niet volgende week dus, maar de week erop dan? Tsja, dat zou ik graag willen ook al had ik daar nog wel een hard hoofd in.

Ik had gisteren wel een redelijke dag volgens mij. Zag her en der weer zon zelfs, betrapte mezelf op glimlachen en zelfs voluit lachen. Leek weer wat humor in te zitten. Wilde met alle geweld een winkel in ook al leek die mijlenver weg; ik heb het gehaald en was trots op mezelf! Wel overgelukkig dat mijn ouders daar ook toevallig waren en we even zijn gaan zitten, want was een hele wandeling terug ook nog!

Maar vandaag? Wat een ramp, ik vecht weer tegen de waterlanders en ik weet bijna zeker dat ze straks onder de douche zullen komen, daar valt het tenminste niet op. Daar doe ik het zo vaak. Niemand die wat hoort of ziet. Want ik moet het allemaal maar zelf op kunnen knappen. Vind ik. Vond ik. Nu niet meer eigenlijk. Die schouder en arm om me heen zijn me nu dierbaarder dan ooit. Gelukkig is die er nu ook.

Vandaag moet en zal ik de deur even uit, naar een vriend. Maar ergens hoop ik dat ‘ie er niet is… ik kijk er net zo naar uit als dat ik er tegenop zie eerlijk gezegd. Ik heb pijn. Pijn op de borst, een benauwd gevoel. Een weeïg misselijk gevoel ook. Al tijden. Zou het ooit weg gaan? Vast wel, maar vandaag – althans op dit moment – zie ik het lichtpuntje even niet.

Eten is ook zoiets. Ik hou van koken. Ik hou van lekker eten. Maar de laatste tijd kan ik al misselijk worden bij het idee aan eten. Althans, sommige soorten eten. En ik kan niet echt aangeven wat wel en wat niet. Soms heb ik flinke trek en krijg amper wat naar binnen, andere dagen moet ik niet aan eten denken en eet dan ongemerkt lekker mee.

Mijn lieftallige gezin werkt mee, helpen waar ze kunnen. Maar hoe maak ik nu duidelijk dat een gezellig avondje met familie of vrienden me echt teveel kan zijn? Dat een spraakwaterval mij duizelig maakt? Dat er rustiger en duidelijker, langzamer en minder gepraat moet worden soms. Vooral dat woordje soms, want als ik het al niet weet hoe maak ik het dan een ander duidelijk?

Mijn lichaam lijkt wel een veldslag, net als mijn hoofd. Dan weer goed, dan weer niet. Schommelingen had ik wel bedacht, maar op één dag al die pieken en dalen en dan ook nog in de herhaling had ik geen rekening mee gehouden. Zoals gewoonlijk wil ik te snel, vuurvreter. Heb een pilletje dus klaar, dan maar weer over tot de orde van de dag. Helaas blijkt de praktijk deze keer anders. En ik geloof dat ik even moet leren hoe daar mee om te gaan om zo door mezelf in de steek gelaten te worden.

Eén ding is zeker: al roept de huisarts nog zo hard dat B12 prikken niet nodig is, ik wil het! Desnoods kruis ik het zelf aan, maar er zal op geprikt worden. Voorkomen is beter dan genezen en beter mee dan om verlegen. Het is MIJN lichaam.

Zo. Dat lucht op! Nu maar eens douchen en kijken van hoe lange duur die opluchting is 😉



Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *