Trassi is een zeer sterkriekende garnalenpasta en een onmisbaar ingrediënt in de Indonesische keuken. En helaas niet plantaardig. Je kunt er voor kiezen om het geheel achterwege te laten, maar je zou ook kunnen kiezen voor taotjo. Dat is een gefermenteerde bonenpasta. Het is niet hetzelfde natuurlijk, maar geeft wel een ‘typische’ smaak aan het gerecht. Taotjo is te vinden bij de meeste Oriëntaalse supermarkten.
Ingrediënten
- 2 el olie
- 150 gram rode pepers
- 3 tenen knoflook
- 3 el ui, gesnipperd
- 1 tl laos
- 1½ tl taotjo
- 1 stengel sereh, gekneusd
- 40 gram santen
- 1 tl asem, verdund met 2 el water
- 50 ml water
- 100 gram peteh bonen
Zo maak je het
- Maak een pasta van de pepers, ui en knoflook.
- Roer de laospoeder er doorheen.
- Verwarm de olie in een wok en roerbak de mix. Goed blijven roeren.
- Zodra er wat vocht verdampt is doe je er de taotjo, sereh, santen en asem bij.
- De santen zal smelten in de sambal. Voeg het water toe als er weer wat vocht is verdampt.
- Snijd de petehbonen in de lengte een keer of drie door, maar laat een paar bonen heel.
- Schep de boontjes door de sambal.
- Laat het geheel nog een minuut of vijf pruttelen, tot de gewenste dikte.
- Verwijder nu de sereh en serveer.
Extra info
Schep de sambal in een gesteriliseerde pot.
Ga jij dit recept maken? Laat het weten in een reactie hieronder.Vergeet niet een foto van het resultaat te delen op Instagram! Volg @SilphyasKitchen of gebruik de hashtag #silphyaskitchen
Dit blog bevat mogelijk affiliate links. Dat betekent dat ik een klein bedrag verdien als jij een product bestelt via een van die links. Het kost jou niets extra, maar je helpt mij om deze website te kunnen bekostigen. Dank je wel dus daarvoor!
Vandaag ga ik het voor een tweede keer maken omdat de sambal heerlijk smaakt en mij goed is bevallen.